GeneaBlog

Een verzameling verkenningen die betrekking hebben op mijn genealogische onderzoekingen.


Rijnvestingen

Een aantal voorouders verplaatst zich tussen o.a. Dordrecht en de (voormalige) Rijnvestingen, waaronder Putters en op de Camp.

De Rijnvestingen waren plaatsen langs de Benedenrijn, de linker Rijnoever, waar in de 16e en 17e eeuw de Republiek invloed had, en het Staatse Leger vaak ook garnizoenen in plaatsen o.a. veroverd in de 80-jarige oorlog.

In 1672 verklaarden Frankrijk, Engeland, Münster en Keulen de Republiek de oorlog. De overmacht was minsten viervoudig, meer dan 100.000 soldaten, en veroverde vrij snel de IJsselsteden en Gelderse steden, waaronder Elburg en Harderwijk. Zie als voorbeeld de studie van Griet Vermeesch over de belegering van Gorinchem en Doesburg. De Rijnplaatsen vielen allemaal in korte tijd in dit "rampjaar", en kwamen bij Brandenburg, later Pruissen.

Rijnvestingen, en overige "Nederlandse" plaatsen langs de Zuid-Oostelijke grens:

  • Aken
  • Berg
  • Burick (Büderich). Valt in 1672
  • Emmerik (Emmerich), in 1598 veroverd door Mendoça, in 1613? heroverd door Prins Maurits. Valt in 1672
  • Goch, in 1613? heroverd door Prins Maurits, in 1621 (einde 12-jarig Bestand) heroverd vanuit Wezel door Spinoza, in 1635 door Spaanse troepen
  • Grol (is Groenlo). In 1627 veroverd door de Staatse troepen, en groots bezongen als eindelijk weer eens een verovering, o.a. door Vondel. Valt in 1672. Pas in 1823 aan Münsterland onttrokken.
  • Gulik (Jülich), in 1610 heroverd door Prins Maurits tijdens lokale opvolgingstwisten, in 1621 (einde 12-jarig Bestand) heroverd vanuit Wezel door Spinoza
  • Kalkar, in 1613? heroverd door Prins Maurits, in 1621 (einde 12-jarig Bestand) heroverd vanuit Wezel door Spinoza
  • Kleef, in 1621 (einde 12-jarig Bestand) heroverd vanuit Wezel door Spinoza, in 1635 door Spaanse troepen.
  • Meurs (Moers), onderdeel van de Kleefse barrière, in 1612? door Prins Maurits heroverd, nadat deze in 1600 de stad geërfd had van de graaf van Nieuwenaar
  • Neuss, in 1580 door Parma veroverd
  • Orsoy, onderdeel van de Kleefse barrière, 1632 door Prins Frederik Hendrik op de terugtocht ingenomen, na herovering van o.a. Maastricht, Venlo en Roermond. Bezongen door Jacob Revius in "Over-Ysselsche sangen en dichten". Schotse compagnieën die hier lagen waren die van kapitein Thomas Caddell (1657-1658), kolonel James Erskine (1652, 1654-56) en kapitein Maurits Halkett (1658-59, 1661, 1663). In 1672 lag hier een deel van het Friese regiment Amama. Valt in 1672
  • Rees, onderdeel van de Kleefse barrière, in 1598 veroverd door Mendoça, in 1613? heroverd door Prins Maurits. Valt in 1672
  • Rijnberk (Rheinberg), onderdeel van de Kleefse barrière, in 1580 door Parma veroverd, en in 1598 door Mendoça, in 1606 door Spinoza, in 1672 naar Keulen. In 1672 lag hier een deel van het Friese regiment Amama. Valt in 1672
  • Wezel (Wesel), onderdeel van de Kleefse barrière, in 1598 veroverd door Mendoça, in 1629 heroverd vanuit Emmerik. In 1672 lag hier een deel van het Friese regiment Amama. Valt in 1672
  • Xanten, in 1598 veroverd door Mendoça

Bronnen o.a.



Zwitserse Regimenten

Mijn Goudse voorvader Joseph Steinger maakte deel uit van het Regiment Zwitsers nr.32, oorspronkelijk gelegerd in Antwerpen. Zijn bataljon is daarna gelegerd in Gouda. Na 1828 was hij overigens pijpmaker, een ambacht dat door Engelse soldaten in 1617 in Gouda is geïntroduceerd.

In een lezing heeft H.J. Wolters een beeld geschetst van het soldatenleven in de 17e en 18e eeuw. Het zal niet veel verschillen van de periode tot 1830. Wolters is ook een belangrijke genealogische bron voor onderzoek naar militairen uit deze periode. Zie o.a. deze lezing. Zie voor een beschrijving van de soldatenuitrusting rond 1830 ook R. A. Koman.

Regiment Zwitsers nr.32

Zowel in de Staatse tijd (ca1572-1796) als in de na-Napoleontische tijd waren er grote aantallen Zwitsers in Nederlandse krijgsdienst. Zij maakten deel uit van afzonderlijke regimenten Zwitsers. Door beschikbaarstelling van troepen hoopte Zwitserland de eigen 'neutraliteit' te bewaren. Zo'n verdrag werd een capitulatie genoemd.

Regimenten werden veelal genoemd naar hun commandant. Vanaf 1772 zijn de regimenten hernoemd in Regiment Zwitsers 1 t/m 5. Bij aanvang van de Bataafse Republiek rond 1795 zijn ze opgeheven en teruggemarcheerd naar Zwitserland.

Na de Franse tijd bezat Nederland geen eigen leger. Koning Willem I wierf daarom vier infanterie regimenten Zwitsers, ook wel afdelingen genoemd. Dit waren Regiment Zwitsers 29 t/m 33, opgericht in 1814 (nrs. 29-31) en 1815 (nr. 32). De soldaten waren deels ook afkomstig uit Zwitserse regimenten in het leger van Napoleon.

In 1817 werden infanterie en cavalerie heringedeeld in brigades en divisies. Regimenten 29 en 32 maakten voortaan deel uit van de 1e divisie, 3e brigade en nr. 30 en 31 van de 2e brigade van de 2e divisie, in totaal een sterkte van circa 10.000 man.

Er werd aanvankelijk door de Nederlandse diplopmaten alleen onderhandeld met protestantse 'leveranciers'. Men verwachtte niet dat er onder katholieken belangstelling zou zijn. Voor het vierde regiment werd uiteindelijk toch besloten om te onderhandelen met katholieken. Dit Regiment nr.32 stond dan ook bekend als het katholisch-schweizerisches Infanterie Regiment d'Auf der Maur, waarvoor op 29 maart 1815 de capitulatie werd getekend. Het zou gaan bestaan uit twee bataljons en er zouden compagnieën geworven worden in kanton Schweiz (6), Luzern (4), Tessin (4), Unterwalden (2), Solothurn (2), Zug (1) en Uri (1).

Het werd in 1816 in eerste instantie gelegerd in Bergen op Zoom. De bataljons gingen vervolgens in garnizoen in Antwerpen.

Al in oktober 1815 werd de vorming van een 3e bataljon overeengekomen, bestaande uit compagnieën uit Tessin (4), Schweiz (2), Unterwalden (2), Zug (1) en Uri (1). Dit bataljon werd gelegerd in Mechelen.

Uiteindelijk bevatte het regiment veertig compagnieën uit 8 verschillende kantons met een totale sterkte van ca. 2500 soldaten. Een compagnie bestond dus uit zo'n 60 á 70 soldaten. Een compagnie werd geleid door een kapitein. Overige officieren waren luitenant (2 tot 4), waaronder vaak een vaandrig, en enige onderofficieren (sergeant en korporaal).

Knoeierijen en zuiveringen

Het katholieke regiment zou altijd in ongunstige zin blijven afsteken bij de andere drie. Katholiek was in het protestantse Nederland nu eenmaal min of meer synoniem met onbetrouwbaar.

Commandant Louis Auf der Maur (1779-1836) had kennelijk grote moeite om voldoende manschappen te werven. In strijd met de contractbepalingen nam hij ook vele soldaten aan die beslist niet als "goede en geoefende Zwitserse soldaten" konden worden beschouwd, zoals Italiaanse seizoensarbeiders en gevluchte criminelen uit de andere kantons. Indien nodig verschafte hij ze een valse identiteit. Bovendien stak hij geld dat was bedoeld voor de werving van recruten in de restauratie van zijn pas verworven kasteeltje Schwanau. Kortom, Regiment Nr.32 leek wel op een equivalent van het Franse Vreemdelingenlegioen.

Ondanks alle gerommel kwam Regiment Nr.32 nooit op de vereiste sterkte en kwaliteit. Uiteindelijk werd in 1821 door de Koning ingegrepen. Auf der Maur werd wegens "oneerlijke handelingen, bedrog en knoeierijen gecasseerd" en alle officieren, onderofficieren en manschappen werden onderworpen aan een kwalitatieve beoordeling. Bovendien werden hun identiteit en eventuele criminele verleden onderzocht.

Uiteindelijk bleven er maar ongeveer 1000 soldaten over van de ongeveer 2500. Zij werden gelegerd in Gorinchem, Gouda (Sint-Joris Doelen), Dordrecht, Brielle, Hellevoetsluis, en ook even in Woerden. Het Depot en de Administratie waren in Gorinchem.

De nieuwe commandant werd Jean Baptiste Göldlin de Tiefenau (1773-1855).

Einde

De Zwitserse regimenten stonden van oudsher bekend als koningsgezind. In de Staatse tijd had de stadhouder zelfs een eigen Zwitserse garde, de Cent Suisse.

Onder druk van de Liberalen uit de Zuidelijke Nederlanden werden daarom de koningsgezinde en vooral protestantse Zwitserse regimenten teruggetrokken uit het Zuiden. Maar vermoedelijk hebben ook andere aspecten meegespeeld. Commissaris-generaal van oorlog, Prins Frederik, tweede zoon van Willem I, zag ook voordelen in bezuinigingen, in gelijkvormigheid van een nieuw te vormen infanterie, en in politieke: de Nederlandse Krijgsmacht kon het ook zonder buitenlandse troepen stellen.

Bij Koninklijk Besluit van 31 december 1828 werden de Zwitserse regimenten uiteindelijk ontbonden. De meeste Zwitsers keerden toen terug naar Zwitserland, alwaar ook hun gratificaties zouden worden betaald. Vanuit Gouda marcheerden de Zwitsers op 22 maart 1829 af naar Gorinchem.

Vanaf 1848 is huurlingendienst voor Zwitsers verboden, met als enige uitzondering de Pauselijke Zwitserse Garde.

Vaandel en uniform

Auf der Maur stond er op zo snel mogelijk over een vaandel te beschikken, zoals ook in de capitulatie was overeengekomen. Het vaandel voor het eerste bataljon zou de wapens van de deelnemende kantons bevatten, en bovendien oranje zijn. De vaandels voor de overige bataljons zouden alleen oranje zijn. Uiteindelijk werd in de kathedraal van Antwerpen op 25 december 1817 het vaandel gewijd, met groots ceremonieel vertoon (zie verder het artikel van Ringoir). De uitreiking vond op 6 januari 1818 op de Meir in Antwerpen door Luitenant-generaal A.H.J. van der Plaat, Bevelhebber in het 4e Groot Militaire Commando.

Na opheffing in 1828 gingen de vaandels terug naar Zwitserland, maar waarheen is onbekend. De ontwerpen van de vaandels voor de vier Regimenten Zwitsers hebben ook grote invloed gehad op de heden nog ingebruik zijnde vaandels en cravattes. Met name het gebruik van het oranje.

De capitulatie bepaalde dat de uitrusting en bewapening van de Zwitserse regimenten gelijk zou zijn aan de Nationale Infanterie (van Nederland neem ik aan). De rok zou donkerblauw zijn, versierd met lissen, negen op de borst, twee aan elke zijde van de kraag, en twee op de opslagen. De lissen waren wit, met witmetalen knopen bij de regimenten 29 t/m 31, en oranje met geelmetalen knopen bij regiment 32. Vanaf 1823 bevatte de rok alleen lissen op de borst.

Regiment 32 had een rode kraag, rode opslagen en rode biezen. Voor de andere regimenten was dit ponceaurood (29), oranje (30) en lichtblauw (31). Vanaf 1823 was dit voor regiment 32 geel, terwijl de voering ponceaurood werd.

De kazernemuts was donkerblauw met opstaande rand en bies om de bol in de regimentskleur. De sjako had een overtrek van zwart gewast doek met het regimentsnummer in wit op de voorzijde. Men droeg verder een witlinnen broek en slobkousen. Vermoedelijk was dit 's-winters grijs, zoals op een aantal afbeeldingen is te zien.

Flankeur en Fuselier (D. Sluyter naar B. van Hove, 1823, bron)

Flankeur in zomertenue (L. Boëns, ca1825, bron)

Korporaal (Frans Smits, 1996, bron)

Paspoort van een uit dienst ontslagen Zwitsers soldaat, Jacob Wesprechtinger, getekend 9 oktober 1829, Gorcum, door Göldlin. (uit handschriftenverzameling Dr. Georg Heberlein, bron)

Er bestaan afbeeldingen van officieren van het 32e regiment: dat van kapitein Joseph Uttinger, en dat van Generaal-majoor Jean Baptiste Göldlin van Tiefenau, de commandant. Ik heb ze nog niet gevonden.

Militaire termen

Enige militaire termen komen steeds terug in documenten en beschrijvingen. Daarom een bescheiden overzicht van hun betekenis.

  • gepasporteerd: een uit dienst ontslagen soldaat heet gepasporteerd. Het paspoort is een akte van ontslag (zie afbeelding)
  • fuselier (fusilier): vanaf 18e eeuw de overkoepelende benaming voor een infanteriesoldaat. Hieronder vallen ook de grenadiers en muskettiers. Hij was bewapend met een bajonetgeweer. De grenadiers onderscheidden zich vnl. door hun strengere selectie. Ze vormden de elite-troepen, de gardes.
  • flankeur: infanterist in een flankbataljon. In te zetten bij het 'verstrooide' gevecht als tirailleur, d.w.z. in het vuurgevecht opgesteld in verspreide orde.
  • sjako: lakleren pet, vaak met een pluim versierd. Onder de pet werden banden gedragen, om de sabelslagen te kunnen opvangen.

Bronnen

Gegevens over mijn voorvader zou ik moeten kunnen terugvinden in het Stamboek Regiment Zwitsers nr.32 in het Algemeen Rijksarchief. Wordt vervolgd!

aangepast: 21 januari 2007



Baron = Büron

Het geheugen voor bijzondere familiegebeurtenissen is vermoedelijk zo'n 200 jaar. Een zo'n gebeurtenis betreft de geboorte van Catharina Steinger. Haar vader zou een baron geweest zijn. Wellicht een baron van IJsselstein, werd in de familie gefluisterd.

Echter, toen ik ging speuren bleek haar vader een Zwitsers soldaat. Hij maakte deel uit van het 32e regiment te Gouda, Joseph Steinger, afkomstig uit Büron in het kanton Luzern. Hij had zijn dochter ook erkend en was zelf aanwezig bij de aangifte.

Over zijn afkomst en militaire historie is mij nog weinig bekend. Bij de aangifte in 1829 is hij geen militair, maar pijpmaker. Waarschijnlijk is hij later weer in militaire dienst gegaan, want blijkens de BS is hij overleden in Indië.

Vóór 1829 was hij ook al militair. Er is een akte van bekendheid in de Groenehart Archieven waar hij een der attestanten is, gedateerd 6-6-1827, inventarisnr. 19, akte 63 en 64. Dit betreft verder de soldaten: Frans Fuchs, Bernhard Rey, Laurens Muller, Nusla Ludwig, Joseph Wasser en Henricus Leontius Meyer (geboren 5-1795 in Steinen).

Vermoedelijk was het hem niet toegestaan te trouwen met Elsje IJsselstein. Zij is uiteindelijk ongehuwd gestorven in Katwijk.

Over Zwitserse regimenten, waaronder in het bijzonder het 32e, heb ik een apart artikel gemaakt. Klik hier.



Barrièresteden

Al in 1662 stelt Jan de Witt een barrière van vestingssteden voor tegen de Fransen, in de Zuidelijke Nederlanden, ondanks het dat jaar gesloten verbond met Lodewijk XIV (de Zonnekoning). Een clausule bij de vrede van Rijswijk (1697), het Barrièreverdrag of Barrièretractaat, regelde de aanwezigheid van Noordelijke bataljons in de Zuidelijke Nederlanden omdat de Spanjaarden dit gebied niet meer konden verdedigen tegen de Fransen. Dit betrof Nieuwpoort, Oostende, Kortrijk, Bergen (Mons), Aat, Charleroi, Namen en Luxemburg.

Na de vrede van Utrecht (1713) werd een nieuw barrièreverdrag gesloten. Het betrof toen Namen, Doornik, Menen, Waasten, Ieper, Knokke en Veurne.

Omdat de vestingwerken verwaarloosd waren, en niet effectief bleken tegen de Fransen (in de Oostenrijkse Successieoorlog 1740-1748) werd het verdrag door Oostenrijk opgezegd.

Voor een overzicht van oorlogen in die tijd, zie Wil Hermsen.

Ook in bijv. de streken rond Kamp-Rheinberg nabij Duisburg, en Heinsberg werd door Nederlanders gestreden, en waren Nederlanders gelegerd. Wellicht verklaart dit de migratie naar de Republiek van een aantal voorouders, waaronder:



Heinsberg

In Heinsberg ligt vermoedelijk de oorsprong van het geslacht van Hensbergh uit Dordrecht.

Het graafschap Heinsberg lag in het gebied tussen Maas en Rijn, waar zich eeuwenlang een strijd afspeelde om de macht tussen de verschillende hertogdommen en bisdommen. Tot de slag bij Woeringen (1288) was het een zelfstandig graafschap, dat rond 1100 ook het graafschap Valkenburg omvatte. Uiteindelijk maakte het deel uit van het Graafschap Gulik.

Het geslacht van Hensbergh komt vermoedelijk voort uit militairen en kooplui uit dit gebied afkomstig. In 1540 wordt in Leeuwarden een Thijss van Hensburgh vermeld in de lijst militairen op het Blokhuis, gepubliceer in: Meindert Schroor e.a., Fontes Leovardienses, p. 182, Leeuwarder Historische Reeks VII, 2002, een transcriptie van belastingcohieren uit de periode 1522-1581. Deze Thijss is vermoedelijk de grootvader van de mij oudst bekende van Hensberg: Matthijs.

Het Meertensinstituut vermeldt momenteel nog dat er geen plaats Hensberg bekend is, maar dat is niet juist. Heinsberg en Hensbergh komen in de 16e eeuw voor. Bovendien hebben de Dordter Hensbergens naamsvarianten met Heynsbergh en Hensbergh. In het opmerkelijke Dagboek van Gebeurtenissen van Christiaan Munters, bijgehouden in de periode 1529-1545, wordt o.a. de verwoesting van Hensbergh=Heinsberg vermeld, in 1542.

De strijd om de erfopvolging der diverse hertogdommen is vaak onderwerp van Rederijkers geweest. Zie o.a. fragmenten uit De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde, dl. 2 door J. te Winkel, 1922, vanaf p. 231, waarin ook Heinsberg wordt vermeld.



Hertogdom Gulik

Het Hertogdom Gulik (Jülich) lag ten zuiden van het Hertogdom Gelre, ingeklemd tussen het Bisdom Keulen en het Bisdom Luik, grenzend aan het huidige Midden- en Noord-Limburg. Gulik is ontstaan aan de Roer, als een Romeinse pleisterplaats. Het maakte vervolgens deel uit van het Frankische Rijk, later Heilige Roomse Rijk.Rond 900 werd het een erfelijk graafschap.

De onafhankelijkheid van Keulen werd zwaar bevochten, en beslecht na de slag bij Woeringen (1288) waarbij Gulik aan de kant van het overwinnende Brabant vocht om de Limburgse erfopvolging. In 1356 werd het een hertogdom. In 1423 volgde vereniging met het Hertogdom Berg, en in 1521 met het Hertogdom Kleef en het Graafschap Mark.

Bij Sittard, dat oorspronkelijk deel was van het Hertogdom Limburg, bezat het een tol aan de Maas, verkregen in 1400 van de Valkenburgers. Deze uitstulping kwam pas in 1814 bij Nederland, daarmee Noord- en Zuidelijk Limburg aaneensmedend.

De strijd om de erfopvolging der diverse hertogdommen is vaak onderwerp van Rederijkers geweest. Zie o.a. fragmenten uit De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde, dl. 2 door J. te Winkel, 1922, vanaf p. 231, waarin ook Heinsberg wordt vermeld.



Overkwartier van Gelre

Het Hertogdom Gelre was ontstaan in de elfde eeuw rond de plaats Geldern. In 1179 werd het graafschap Zutphen verworven, en in 1248 de rijksstad Nijmegen, inclusief Betuwe en Land van Maas en Waal. Gelre bestond toen uit vier kwartieren, inclusief het Kwartier Veluwe. Verdere expansie kwam tot stilstand in 1288 als gevolg van de slag bij Woeringen. In 1543 moet de hertog van Gelre bij het Tractaat van Venlo Gelre afstaan aan de Habsburgers.

Bij de vrede van Munster (1648) blijven drie van de vier kwartieren waaruit het Hertogdom Gelre bestaat in handen van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Opper-Gelre (het Overkwartier van Gelre) blijft deel uitmaken van de Spaanse Nederlanden.

Het Bisdom Kleve vormde de wig tussen het Overkwartier Gelre en de overige drie kwartieren.

Bij de vrede van Utrecht (1713) wordt Opper-Gelre verder gesplitst en komt met de hoofdstad Geldern grotendeels in handen van Pruisen. Venlo gaat terug naar de Republiek, en wordt generaliteitsland, Staats-Opper-Gelre. Roermond met de omliggende gebieden maken voortaan deel uit van de Oostenrijkse Nederlanden, om pas tijdens het Congres van Wenen (1814) weer aan Nederland te worden toegewezen, inclusief delen van het Pruisisch Overkwartier.



Nuenen en omgeving

De van der Lindens hebben lange tijd in plaatsen als Nuenen en Nederwetten gewoond. Hier een kaart van de omgeving, het gebied van de Meierij van Den Bosch, grofweg de driehoek Helmond, Eindhoven, 's-Hertogenbosch.

Bron: Gemeente Atlas van Nederland, J. Kuyper 1865-1870. Klik om de volledige kaart in beeld te krijgen.

Plaatsen waar voorouders woonden zijn o.a.: Nuenen, Gerwen, Nederwetten, Breugel, Strijp, Stiphout, Lieshout etc.

Lezen

Bekende bewoner van Nuenen is van Gogh, wiens vader er predikant was. Hij heeft er van 5 december 1883 tot 24 november 1885 gewoond en gewerkt. Dit resulteerde in 196 schilderijen en 263 tekeningen. De aardappeleters is er bijv. gemaakt. Maar ook de omgeving heeft hij weergegeven. Over van Gogh en Nuenen zijn mij de volgende boeken en links bekend:

Historie Nuenen algemeen



Archieven

Hier een overzicht van archieven waarin ik al heb rondgeneusd. Ik heb ze natuurlijk al ontelbare malen virtueel bezocht:

  • Vlaardingen, Plein Emaus 5, ISIS open di t/m vr van 9 tot 17 uur (Vlaardingen, Vlaardinger-Ambacht, Zouteveen) 6x bezocht
  • Rotterdam, Hofdijk 651, zoeken open ma 13 tot 17 uur, di, do en vr van 9 tot 17 uur, wo van 9 tot 21½ uur (Rotterdam, Overschie, Kralingen) 2x bezocht
  • Schiedam, Stadserf 1, SchiedamGen open ma t/m vr van 9 tot 17 uur (Schiedam, Kethel, Spaland) 1x bezocht
  • Amsterdam, Amsteldijk 67, DTB open ma t/m vr 10 tot 17 uur vanaf 24 april 2007: Vijzelstraat, i.v.m. verhuizing gesloten van 22 januari tot en met 23 april 2007 1x bezocht
  • Gouda (Groene Hart archieven), Groeneweg 30, open di t/m vr 9½ tot 17 uur, di 18½ tot 21 uur (Gouda, Moordrecht) 1x bezocht
  • Brielle, De Rik 22, zoeken open di t/m vr 9 tot 16 uur (Brielle, Hellevoetsluis, Nieuw Helvoet) 1x bezocht
  • 's-Gravenhage, Spui 70, archieven.nl (kies Haags archief) open di t/m za 9½ tot 17 uur (Den Haag, Loosduinen) 1x bezocht
  • Dordrecht, Stek 13, DTB open +31 78 6492311 9½-16½ 9½-16½ 9½-16½ 9½-16½ 9½-16½ Dordrecht, (Dordrecht,Zwijndrecht) 1x bezocht
  • NGV, Papelaan 6, Weesp open do & za 10 tot 16 uur (indexen etc.) 2x bezocht

Archieven waar ik vermoedelijk nog wel eens anders dan virtueel wil zoeken:

  • Nationaal Archief, Pr Willem Alexanderhof 20, 's-Gravenhage, GenLias open wo t/m vr 9 tot 17 uur, di 9 tot 21 uur, za 9 tot 13 uur (Nationale archief, Militaire archief)
  • Delft, Oude Delft 169, zoeken open di t/m vr 9 tot 17 uur (Delft, Akkersdijk, Hof van Delft, Schipluiden, Pijnacker, Vrijenban)
  • Leiden, Boisotkade 2A, zoeken open ma 13 tot 17 uur, di t/m vr 9½ tot 17 uur, za 9 tot 13 uur (Leiden)
  • Katwijk, bewaard in Rijks Archief van Zuid Holland (in Nationaal Archief)
  • Schouwen-Duiveland, Laan van St. Hilaire 2, Zierikzee open ma t/m vr 9 tot 17 uur, do van 18 tot 21 uur (Zierikzee)
  • Purmerend (Waterlands Archief), Wielingenstraat 75 Purmerend open di t/m vr 9 tot 17 uur, za 10 tot 15 uur (Purmerend)
  • Haarlem (Noord-Hollands Archief) Jansstraat 40 Haarlem, zoeken open di t/m vr 9 tot 17 uur, do tot 21 uur (Beverwijk, Uitgeest, Haarlem)
  • Middelharnis (Streekarchief Goeree-Overflakkee), Dwarsweg 40 open ma t/m vr 9 tot 12 & 13 tot 16½ uur (Goederede)



Westlandse en Delflandse roots



Vlaardingse roots

Veel voorouders komen uit Vlaardingen, maar de families die er al in de 17e eeuw waren zijn in de minderheid:



Scheveningse roots



Rivierenland (Werkendam, Dussen etc.)

  • Verheij: oudste voorvader is Gerrit Verheij, ca.1545 geboren. Via huwelijk met Hanegraaff voert dit terug op de Brabantse adel, tot uiteindelijk Otto van Diest, geboren ca.1100
  • de Looij en de Loo: vermoedelijk uit omgeving Breda, waarvan een tak in Dussen is terechtgekomen rond 1650.



Reformatie en 80-jarige oorlog

  • Baudart: Wilhelm Baudartius was vooraanstaand lid van de Dordtse synode, en een van de drie vertalers van het OT van de Staten Bijbel. Tien generaties later kan zijn nakomeling Huibert van Hillo niet lezen en schrijven, blijkens aangifte geboorte van zijn dochter Theodora.
  • Beekman: Duitse koopmansfamilie, medefinancierde Willem van Oranjes opstand; veel nakomelingen in Amerika, waaronder de eerste burgemeester van Nieuw Amsterdam: William Beekman, een voorvader van de dichter Henry Livingston, volgens sommigen de auteur van "The Night Before Christmas", waarmee de Nederlandse Sinterklaas verwerd tot Santa Claus.



Hugenoten en Walen

Onder de instroom bevinden zich ook protestanten uit de Zuidelijke Nederlanden en Noord-Frankrijk:

  • Lezwijn: oudst bekende stamvader is Job Lesoinne, geboren ca.1560, vermoedelijk in de omgeving van Luik.



Brabantse roots

Veel voorouders zijn afkomstig uit wat nu Noord-Brabant heet:

Meer informatie over de gebieden van herkomst:



Duitse roots

Een groot aantal voorouders is afkomstig uit Duitsland. Voorbeelden zijn Loog, uit Erkeln. Deze familie voert terug tot de Middeleeuwen, naar het riddergeslacht Von Geismar.

Bekende Nederlandse in oorsprong Duitse koopmansgeslachten zijn Brenninckmeier, Peeck, Kösters etc. En ook onder mijn voorouders zijn dergelijke koopmansgeslachten te vinden, zoals Zurlohe, Kauling en Keuss uit Neuenkirchen en omgeving.

Recentelijk kwam ik ook voorouders op het spoor uit de omgeving van Rheinberg, waaronder Putters en vermoedelijk ook op de Camp. Hun immigratie hangt vermoedelijk meer samen met de militaire gebeurtenissen in en na de 80-jarige oorlog.

Duitse immigranten

Kwantitatief vormen Duitsers vanouds een zeer omvangrijke groep, waar echter naar verhouding nog maar weinig onderzoek naar is verricht. Langzaamaan komt daar nu verandering in.

Onderzoek naar Duitse immigranten wordt o.a. verricht door het CGM, het Centrum voor Geschiedenis van Migranten, verbonden aan de universiteit van Utrecht, en door het IISG, het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, te Amsterdam.

Verdere informatie o.a.:

  • Kornelis Mulder: Hannekemaaiers en kiepkerels (1973) ISBN 9061482569
  • Jef Broersen: 100 jaar Köster - De lange reis over het tüöttenpad naar het Ritsevoort (2004)



Inleiding

De blogvorm lijkt mij ideaal om de vele onderwerpen aan bod te kunnen laten komen die ik verder wil uitdiepen. Ook wil ik ergens de informatie kwijt kunnen die ik verzamel. Onderwerpen zal ik zonodig steeds opnieuw actualiseren.